Toro " Dries"

 

Rotterdams Dagblad

Postbus 1162

3000 BID Rotterdam

Hellevoetsluis, 10 september 2000

Geachte heer,

Middels dit schrijven reageer ik op Uw oproep in de krant van 9 september, waarin U iemand zoekt, waarvan zijn/haar leven op zijn kop staat door een ingrijpende gebeurtenis. Aan deze voorwaarde voldoe ik en wel door een auto-ongeluk.

Dit auto-ongeluk heeft tot gevolg gehad dat ik leef met een hersenbeschadiging. De beschadiging is natuurlijk niet zichtbaar, doch geeft wel gevolgen. Zoals een vrijwel niet- werkend direct geheugen, voor gebeurtenissen die ik waarneem. Daarom vergeet ik gezichten altijd en plaatsen waar ik geweest ben.

Lichamelijk zijn er geen ongemakken. Aan niets is af te leiden, dat ik een zwaar auto-ongeluk heb overleefd. Ik kan nog steeds hardlopen, wat ik vroeger voor het ongeluk al deed - ik heb de marathon in 1986 gelopen-en zie er daardoor redelijk uit. Ben vrij lang, 1.91 m, en ben best getraind. Ik werk halve dagen in de haven op een kantoor. Dit deed ik ook voor het ongeluk, doch toen waren het hele dagen. Op dit kantoor ervaar ik zelfs jaloezie, omdat collega's ook wel halve dagen zouden willen werken. Ik ben voor 65-80% arbeidsongeschikt verklaard, wat niet meer zal wijzigen, omdat de beschadiging niet meer zal herstellen.

Medisch gezien moet ik maar leren omgaan met de beperkingen, die ik bezit. De psychiatrie stelt, dat ik mijn beperkingen moet accepteren. Acceptatie. Voor mijn gevoel drukt dit woord mijn goedkeuring uit. Hoe kan ik accepteren, dat ik mijn leven nu saai vind, omdat ik niet meer op gisteren kan terugkijken ?

Dit terwijl ik toch best wel een druk leven leid. Halve dagen werken, hardlopen, gescheiden vader van twee kinderen, die ik vrij regelmatig zie. Zelfstandig mijn huishouden uitvoer.

Het ongeluk heeft tot gevolg gehad, dat ik mijn geheugen ben verloren. De artsen schatten ongeveer tien jaar van mijn leven. Ik was 28 jaar oud, toen het ongeluk gebeurde en wordt 12 september aanstaande 37 jaar. Sociale vaardigheden, die ik vroeger wel moet hebben gehad, ben ik verloren. Als iemand mij al iets verteld, ben ik het toch zo weer vergeten. Om zelf toch in staat te zijn nu te kunnen leven, heb ik mijn leven ingedeeld in 3 kasten. De lste kast is voor het teven van voor het ongeluk, de 2de kast is voor de tijd na het ongeluk. De 3de kast, waarin ik nu ben, werd geopend in de lift van het revalidatiecentrum, waar ik geacht werd te revalideren in 1992. Deze 2de kast beslaat een periode van 5 weken, waarvan ik de eerste 4 dagen in coma lag in het Dijkzigt-ziekenhuis, en daarna zoveel mogelijk buiten bewustzijn werd gehouden, om de hersens ietwat bij te laten komen. Aan het einde van deze 5 weken, is mij verteld, dat ik het ziekenhuis heb verlaten zonder toestemming en zonder dat iemand het merkte, om naar huis te gaan. Dit huis werd door mij gevonden, doch was alleen het huis, waar ik 10 jaar daarvoor had gewoond. In Rotterdam-Spangen, waar ik opgroeide. In 1981 ben ik vanuit Spangen met mijn familie meeverhuisd naar Hellevoetsluis.

Deze 2de kast is dus het `waanzin'verhaal, welke ik beleefd heb — in gedachten - en waarvan ik best nog wel veel vanaf weet. In gedachten tussen streepjes, want niets ervan kan echt gebeurd zijn. Ik lag toen in coma en later bewusteloos voor vijf weken in het ziekenhuis......

 

Ik kan me herinneren, dat ik met mijn neefje door een onbekend gebied liep. Vol met bomen en begroeïing. We kwamen aan bij een heuvel, waarin een opening was. De toegang tot een tunnel. Mijn neefje liep iets voor me naar boven, wilde erin gaan en vroeg: "Dries, ga jemee ?" Ik antwoordde: "Nee, ik moet nog iets doen". Draaide me om en liep weg zonder te groeten. Tunnel des doods ?

Ik wilde weg van die plaats, maar kon niet op bekend terrein komen. Als ik dacht aan slaap, viel ik in een slaap, waaruit ik wakker werd door een nachtmerrie. Die nachtmerrie ging constant over een ongeluk. En in plaats van dood te gaan, wilde ik nog leven. Ik dacht dat er iemand was, die daarover kon oordelen. Ik wenste geen lichamelijke gebreken — omdat ik mijn lichaam wel accepteerde. Mijn geheugen was haarscherp, dat kon wel iets minder en ik wilde honderd jaar met mijn vriendin, die ik een half jaar kende en de laatste maand voor het ongeluk mee samenwoonde, verbonden zijn. Telkens weer werd ik wakker in dezelfde wereld. Ik dacht dat mijn eisen niet in te willigen waren en stelde mijn eisen bij. De eerste was de honderd jaar. Mensen worden nu eenmaal geen 128 jaar, dus stelde ik dat bij op vijftig jaar. De leeftijd van 78 jaar vond ik ook wel acceptabel. Weer werd ik wakker in dezelfde, enge wereld. De andere eis, alleen geheugenverlies. Te licht bevonden, dan maar een hersenbeschadiging. Weer wakker geworden in dezelfde ...... In plaats van vijftig jaar, maar dertig jaar samenzijn. Weer wakker worden. Ik lag op een bed, die in een lift stond. Een verpleegster erbij. Ik was op weg naar mijn kamer in het revalidatiecentrum. Er werd me verteld dat ik hier zou blijven voor mijn herstel. Ik moest eerst maar even liggen om te rusten van de reis.

Als ik dacht aan slaap, toen ik in coma was en bewusteloos werd gehouden, viel ik in slaap. Er was geen dag- en nachtritme. Deze periode duurde fysiek 5 weken, doch in mijn gedachten is het een heel leven.

 

Daar volgde ook het besef, wat er echt gebeurd was. Mijn neefje, die een goede vriend was en vaak een weekje bij mij logeerde, was bij het auto-ongeluk om het leven gekomen. We hadden beiden ons rijbewijs, mijn partner eveneens. Wij hadden allebei gedronken, wilden gaan stappen in Spijkenisse en mijn partner zou wel rijden. Haar zusje, die vrijgezel was, probeerden wij te koppelen aan mijn neefje, die eveneens vrijgezel was. En ze vonden elkaar ook best wel aardig.

Er stond veel wind die nacht, de auto was erg windgevoelig en door een winch/laag overschreed ze de middellijn, volgens haar verklaring. Net op het moment dat een tegenligger langs de auto kwam. Mijn neefje brak zijn nek toen hij door de schok tegen de leuning van de voorstoel werd aangeslagen. Zijn lichaam werd door de zijruit heengeslagen en belandde op het asfalt. Ik, denkt men, zag het aankomen en weerde de klap naar voren af, waarna ik ook door de zijruit naar buiten verdween en op het asfalt terechtkwam. De klap tegen de ruit of de klap tegen het asfalt moet de hersenbeschadiging veroorzaakt hebben, doch dat vind ik niet erg belangrijk.

 

Feit is, dat ik niets hiervan afweet. Dat ik maar moet accepteren, dat ik het ene moment in slaap val en het andere moment wakker word in een revalidatiecentrum. Vanaf dat moment wordt ook het woord hersenletsel gebruikt. Letsel is iets wat herstelt, dacht ik 5 jaar lang. Ik vocht dan ook tegen mijn afkeuring en lag me nergens bij neer. Trouwde met mijn vriendin, die het ongeluk had veroorzaakt. De breuk met mijn familie was niet te vermijden en nam ik voor lief Belangrijker was het om aan de voorwaarde te voldoen, waardoor ik uit die 'wereld' heb kunnen ontsnappen. We kregen 2 kinderen, waarvan de eerste — mijn dochter Sanne — werd geboren 12 dagen na de huwelijksvoltrekking. Mijn vrouw hielp me behoorlijk. Ik bleef vechten tegen afkeuring, wat resulteerde dat in 1996 ik minder dan vijftien procent arbeidsongeschikt was. Ik werkte toen weer hele dagen en zag niet in, dat al mijn energie weggenomen werd door het werken. Iets wat mijn vrouw ook niet inzag en me dus ook niet tegen waarschuwde. In 1996 kwam ons tweede kind, Thijs, op de wereld. Vanaf dat moment had ik alleen nog maar energie om te werken en na het werk nog even aandacht te schenken aan mijn kinderen. Voor mijn vrouw had ik in die dagen geen aandacht meer en dat resulteerde erin dat we uit elkaar groeiden. Uiteindelijk wilde ze van me scheiden. Net voor de feestdagen in 1996 vertelde ze me dat. Thijs was nog geen jaar oud.

Ik moest en zou aan de voorwaarde voldoen waardoor ik uit die 'enge' wereld was ontsnapt, de voorwaarde van dertig jaar met haar doorbrengen. Stelde dus voor dat ik naar hulp op zoek ging, waardoor ik zou kunnen veranderen. Dit accepteerde ze, want tenslotte hadden we ook twee kinderen. Ze wilde het nog wel een tijdje aanzien. Via de huisarts kwam ik terecht bij psychiatrie in Dijkzigt, waarna ik al snel kon worden opgenomen op de afdeling voor depressiviteit. Kenmerken van mijn gedrag als gevolg van de hersenbeschadiging, zijn tevens kenmerken van depressiviteit.

 

********

De volgende keer dat ik mijn neefje zag, was op de Zuiderbegraafplaats. Negen maanden na het ongeluk, ik denk zelf op de dag voor Kerst '92 ben ik — met mijn vrouw — naar de plaats gegaan, waar zijn as was uitgestrooid. Dit was voor mij het enige bewijs, buiten die verhalen om, dat dit echt gebeurd is.

 

*********

Bewust vertel ik de periode van '97 tot nu niet, omdat dit verhaal of al genoeg interesse bij U heeft opgewekt voor een verder contact, of dit verhaal beantwoord niet aan Uw doel. Ik heb wel eens meer de publiciteit gezocht en vond die middels een televisieuitzending van Catherine Keyl in maart '99. Die uitzending had als thema relaties met slachtoffers, die of werden voortgezet of werden beëindigd. Voor dat doel werd toendertijd ook mijn ex-vrouw geïnterviewd.

 

In afwachting van Uw reactie verblijf ik,

Hoogachtend,

A. van der Lende

de Gruno 21

3224 GK Hellevoetsluis